Liselotte Verhage (21) — Studente Pedagogische Wetenschappen & lid studentenvereniging Ichthus Leiden
Liselotte (21) ziet hoe haar generatiegenoten leeglopen in de prestatiemaatschappij. Haar eigen agenda zit vaak net zo vol. Toen ze hoorde over een retraiteweekend, twijfelde ze: zou dit haar leven niet alleen maar drukker maken? Toch ging ze. En in de stilte ontdekte ze een diepe vrede die ze lang niet had gevoeld.
Zaterdagavond, laat, in de kloosterkerk van Abdij Koningsoord in Oosterbeek. De zusters slapen al. De groep van Magis is nog één keer teruggekomen om de dag af te sluiten. Er is een geleide meditatie geweest, over Jezus die twee leerlingen aankijkt en vraagt: Wat zoek je?
Daarna wordt het stil. Niet een ongemakkelijke stilte. Eerder een ruimte die openvalt. Liselotte blijft zitten.
„Dat was het hoogtepunt van het weekend”, zegt ze een week later. „De stilte die toen volgde. Ik hoefde niks. Ik hoefde nergens heen. Ik kon daar gewoon zitten. Gewoon zijn.”
En terwijl ze daar zit, komen er ineens liederen in haar op. Niet bewust gekozen. Niet gezocht. Het zijn geen liederen uit haar Spotify playlist. Maar als ze ernaar luistert, merkt ze dat ze thematisch allemaal aansluiten bij wat daar gebeurt. Alsof de meditatie zich verdiept.
„Het was niet per se een spectaculaire ervaring. Ik ervoer een diepe vrede die ik lang niet gehad heb. Van gewoon te mogen zijn bij God.”
De vraag die haar leven vormt
Een God die vanaf haar eerste levensjaren met haar verhaal verweven is. Liselotte groeit op in een reformatorisch gezin in Zeeland. Maar dat betekent niet dat geloven altijd vanzelf spreekt. „De vraag was voor mij niet zozeer of ik geloofde in God, maar wel of ik zijn kind mocht zijn.”
Het is een vraag die haar steeds meer gaat bezighouden aan het einde van haar middelbare schooltijd. Ze praat erover met docenten, zoekt woorden, zoekt zekerheid, maar vindt die niet direct.
Na de middelbare school gaat ze niet meteen studeren. Ze doet een tussenjaar aan de Evangelische Hogeschool in Amersfoort. Daar verandert langzaam iets. Ze komt in contact met jonge mensen uit verschillende kerken. Gesprekken gaan minder over verschillen en meer over wat wezenlijk is. In die ruimte groeit iets van vertrouwen. „Daar heb ik kunnen omarmen dat ik een kind van God ben.”
Maar meteen daarna dient zich een nieuwe vraag aan: hoe leef je als kind van God? Met die vraag trekt ze een jaar later naar Leiden, waar ze Pedagogische wetenschappen gaat studeren en lid wordt van studentenvereniging Ichthus. Opnieuw een plek met christenen van allerlei achtergronden. Ze vindt er een warm thuis, een plek waar ze opnieuw kan beginnen en in alle rust kan kijken naar de vragen die in haar leven spelen.
Een leven dat nooit stilstaat
Hoewel die rust vaak onder druk staat. Het leven loopt snel vol, helemaal als ze het bestuur van de vereniging ingaat. Dat is niet alleen slecht. Maar vanbinnen is het soms veel. „Iedereen is eigenlijk altijd druk”, zegt ze. „En wat je doet, bepaalt heel snel wat je waard bent.”
Ze ziet het op haar studie, in haar studentenvereniging, bij vrienden en ook bij zichzelf: veel doen, veel organiseren, veel willen. Vooruitgaan, plannen maken, kansen grijpen. En ondertussen langzaam uitgeput raken.
„Je ziet burn-outs, mensen die overwerkt zijn. Maar dat heeft volgens mij te maken met diepere overtuigingen die daaronder liggen. Alsof je waarde als mens niet gegeven is, maar verdiend moet worden. Alsof je pas mag rusten als je genoeg hebt gedaan.”
Die druk zit niet alleen buiten haar. „Ik merk dat ook bij mezelf. Dat je toch denkt: wat ik doe, bepaalt wie ik ben.” En dat maakt het moeilijk om echt stil te vallen. Zelfs rust moet ergens voor dienen. Zelfs een vrije middag krijgt een vraagteken. „Als je zegt: ik heb gewoon een middag rustig een boek gelezen, dan is dat bijna bijzonder.”
Tegen de stroom in
Bij Ichthus Leiden vindt ze tegelijk iets anders: een plek waar mensen elkaar echt ontmoeten. Waar ruimte is voor geloof, voor gesprek, voor vriendschap. Dat helpt. Dat geeft tegenwicht. Maar ook daar ziet ze hoe makkelijk je meegezogen wordt in hetzelfde tempo.
„We organiseren veel, doen veel. Dat is leuk. Maar soms denk ik ook: we gaan eigenlijk net zo hard mee in die maatschappij. Waarin alles goed is, tot het te veel wordt.” En dan zegt ze rustig en bedachtzaam: „Ik denk dat onder die druk iets diepers ligt; verlangens en angsten. Ik denk dat veel mensen bang zijn om er niet bij te horen.”
Ze herkent het in kleine momenten. In werkgroepen op haar studie. In gesprekken waarin ze merkt dat zijzelf anders denkt of andere keuzes maakt. „Dan hebben ze het over uitgaan. Ik ga nooit uit. Dan houd ik mij op de oppervlakte. Niet omdat ik niets te zeggen heb, maar omdat ik me afvraag: wat vinden ze van mij?” En daaronder zit iets wat ze voorzichtig uitspreekt: „Ik denk dat mensen verlangen er te mogen zijn. Gewoon. Zonder dat daar iets tegenover hoeft te staan.”
Waar niets hoeft
Misschien is dat waarom die ervaring in de kloosterkerk zo binnenkomt? Omdat daar even niets hoeft. Geen prestatie. Geen vergelijking. Geen verwachting. Alleen maar aanwezig zijn.
„Op zo’n moment maakt het allemaal even niet uit”, zegt ze. „Dan is het gewoon: nu. God is hier. Het is oké. Ik hoef niks.”
Het is een vrucht van de retraite. „Eigenlijk twijfelde ik eerst of ik wel moest gaan. Mijn weekenden zitten al zo vol, zou dit niet gewoon nog een activiteit extra zijn? Een vriendin die vorig jaar naar de retraite was geweest haalde mij over. Volgens haar was het een weekend met veel stilte, waarin je even tot rust komt. Ik had behoefte om even uit de drukte te zijn. En ook aan nadenken: waar sta ik eigenlijk, wat vind ik belangrijk? Hoe wil ik verder met dingen?”
Met je hart leren lezen
Het ritme van de retraite voerde haar langzaam naar de stille abdijkerk op zaterdagavond. Het gebedsritme van de zusters. De uitwisseling met leeftijdsgenoten. Het bidden met de Bijbel.
Dat laatste verrast haar misschien nog wel het meest. Opgegroeid met de Bijbel kent ze de verhalen al haar hele leven. Dus haar eerste reactie was eerder sceptisch: zal dit nog iets toevoegen? Maar deze manier van omgaan met een bijbelverhaal opent een nieuw luikje.
„Het is niet alleen lezen, maar je iets voorstellen. Zien wat er gebeurt. Kijken naar Jezus. Wat doet dat met je? Alsof je zelf ook in dat verhaal loopt. Zoals Rembrandt zichzelf in zijn schilderijen verwerkte. En niet alleen om te begrijpen, maar om geraakt te worden. Daardoor kwam het veel dichterbij.”
„In de kringen waar ik vandaan kom zijn we vaak rationeel bezig. Mooie dingen ontdekken in de Bijbel, daarover nadenken, dingen snappen. Dat is ook waardevol. Maar ik denk niet dat dat alles is. We zijn ook gemaakt om stil te staan bij wat er dieper in ons leeft: verlangen, vreugde, verdriet, onrust. Deze manier van Bijbellezen helpt om daarbij te komen. Om stil te staan bij dingen waar je normaal snel aan voorbijgaat.”
Iets dat richting geeft
Misschien is dat wel de kern. Niet dat alles meteen duidelijk wordt. Maar dat je even proeft hoe het is als het niet hoeft. Zoals die late avond in de kloosterkerk. Met liederen die zomaar opkomen. En een diepe vrede zoals ze die lang niet gevoeld had.
Niet om krampachtig vast te houden. Eerder om te koesteren en te bewaren als iets dat richting geeft.
Over Liselotte Verhage
Liselotte (21) groeide op in Zeeland, deed een tussenjaar aan de Evangelische Hogeschool in Amersfoort en studeert momenteel Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden. Ze deed mee aan het Magis retraiteweekend Even uit de ruis in Abdij Koningsoord Oosterbeek.